Met de bedrijfsfiets fiscaal vriendelijk naar het werk

Overzicht (para)fiscale aspecten

De bedrijfsfiets, fiscaal interessant
De bedrijfsfiets, fiscaal interessant

Bij het implementeren van bedrijfsfietsen in uw bedrijf is het belangrijk volgende (para)fiscale aspecten voor ogen te houden:
Bedrijfsfiets: geen voordeel van alle aard!
Als een werknemer een bedrijfsfiets krijgt van zijn werkgever, dan wordt dit niet beschouwd als een voordeel van alle aard; m.a.w. de bedrijfsfiets is fiscaal vrijgesteld voor de werknemer. De voorwaarde is wel dat die bedrijfsfiets gebruikt wordt voor woon-werkverplaatsingen. Hoe vaak die moet gebruikt worden voor woon-werkverplaatsingen wordt in de wetgeving niet vermeld. We hebben hierover verduidelijking gevraagd bij de FOD Financiën.
Als de fiets nooit voor woon-werkverkeer wordt gebruikt, wordt die wel als belastbaar voordeel beschouwd. Het voordeel wordt dan berekend op basis van de werkelijke waarde in hoofde van de werknemer.

Bedrijfsfiets: wat met de RSZ?

Als de bedrijfsfiets ook voor privéverplaatsingen gebruikt wordt, moet zowel de werknemer (+/- 13%) als de werkgever (+/- 35%) RSZ betalen op dat privégedeelte (woon-werkverkeer wordt hier niet als privégebruik beschouwd). De basis waarop de RSZ-bijdrage wordt berekend is de reële waarde (dus de prijs die de werknemer in de winkel zou hebben betaald voor die specifieke fiets); daarvan wordt dan het zuiver privé-gedeelte genomen. In principe zal dit voor elke werknemer anders zijn. Maar het is mogelijk om met de RSZ hierover afspraken te maken zodat er eenzelfde percentage toegepast wordt voor alle werknemers, bv. 25% privégebruik.
Kosten 120% aftrekbaar voor de werkgever: wat wel en wat niet?

De fiets zelf

Voor de werkgever zijn de kosten die gemaakt zijn voor het verwerven, onderhouden en herstellen van de bedrijfsfietsen voor 120% aftrekbaar. Het woord “verwerven” is hier cruciaal: de bedrijfsfietsen moeten lineair worden afgeschreven over een periode van ten minste drie jaar. Dit betekent ofwel een aankoop ofwel een financiële leasing. Een operationele leasing komt niet in aanmerking voor de 120% aftrekbaarheid (hier geldt dus gewoon 100% aftrekbaarheid) omdat hier geen afschrijvingen mogelijk zijn.

Andere kosten

Ook kosten die gedaan zijn om fietstoebehoren te verwerven, te onderhouden en te herstellen die ter beschikking gesteld worden van personeelsleden, zijn voor 120% fiscaal aftrekbaar voor de werkgever.
Onder fietstoebehoren verstaat men de gebruikelijke (met de fiets verbonden) voorwerpen die wenselijk of noodzakelijk zijn om de verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling mogelijk te maken. Voorbeelden: fietspomp, bel, fietslicht, reflectoren, gereedschapskist voor kleine herstellingen, fietstas, accu, lader van een elektrische fiets, …
Gewone, sportieve of beschermende kledij van de fietser vallen buiten deze categorie en komen dus niet in aanmerking voor de fiscale aftrek van 120%.
Zijn ook voor 120% fiscaal aftrekbaar: kosten die gemaakt worden om een onroerend goed te verwerven, te bouwen of te verbouwen dat bestemd is voor het stallen van fietsen tijdens de werkuren van de personeelsleden of voor het ter beschikking stellen aan die personeelsleden van een kleedruimte of sanitair, al dan niet met douches. Huurkosten komen niet in aanmerking.
De kosten moeten wel steeds betrekking hebben op de verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling.

Welk soort fietsen?

De aard van de fietsen is in principe van geen belang. Het kan dus zowel om stadsfietsen, hybride fietsen, elektrische fietsen, mountainbikes, enz. gaan. Die fietsen moeten wel afgestemd zijn op de verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling. Dit betekent dat de uitrusting van die fietsen moet voldoen aan de reglementering m.b.t. het gebruik van de openbare weg (zie hiervoor: http://www.verkeervpi.be/vpi/veilig_op_weg/fiets/fietsuitrusting.php).

Wat met high speed elektrische fietsen?

Dit zijn elektrische fietsen die ondersteuning geven tot 45 km/u. Volgens de Belgische wetgeving vallen zij niet onder de noemer fiets (omdat ze tot > 25km/u ondersteuning geven) maar onder de noemer bromfiets klasse B. Dit betekent dat volgende regels gelden:
• een verplichte aansprakelijkheidsverzekering voor motorvoertuigen vereist
• De fietser moet beschikken over een rijbewijs A3 (bromfiets klasse B) of een rijbewijs B (auto-rijbewijs)
• De fietser moet een goedgekeurde helm dragen
• De fietser moet steeds in het bezit te zijn van zijn identiteitskaart, rijbewijs en verzekeringsbewijs wanneer hij zich op de openbare weg verplaatst
• De fietser mag zich verplaatsen op het fietspad, tenzij er expliciet wordt aangegeven ‘B verboden.Of de high speed elektrische fiets in aanmerking komt voor dezelfde fiscale regels als een gewone elektrische fiets is niet helemaal duidelijk. VIM heeft opheldering gevraag bij FOD Financiën.

Combinatiemogelijkheden

De bedrijfsfiets is combineerbaar met de bedrijfswagen of andere vormen van verplaatsingsvergoedingen (zoals terugbetaling openbaar vervoerabonnement).
Het is ook toegestaan om bovenop een bedrijfsfiets een fietsvergoeding te betalen voor de woon-werkverplaatsingen.

De fietsvergoeding

De werkgever kan zelf de hoogte van de fietsvergoeding bepalen (rekening houdend met wat is afgesproken in cao’s e.d.) en is vrijgesteld van belastingen en van RSZ tot 0.23€ per km. Als men meer betaalt, is het gedeelte boven de 0.23€/km wel belastbaar in hoofde van de werknemer.
De fietsvergoeding is combineerbaar met de bedrijfsfiets.
De fietsvergoeding mag ook toegekend worden voor dienstverplaatsingen. De fiscale vrijstelling blijft hier bestaan. De vrijstelling van RSZ geldt alleen als de fiets eigendom is van de werknemer.

Bronnen:

Voorafgaande beslissing nr. 2015.166 dd. 16.06.2015
Circulaire nr. Ci.RH.242/612.802 (AAFisc 47/2011) van 19 oktober 2011
Socialezekerheid.be, “Instructies”
Socialezekerheid.be, “Instructies”
Bikeform